ECLI:NL:RVS:2002:AE0710
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Legalering dakterras via anticipatieprocedure ondanks bezwaar om privacy
Appellanten hadden een bouwvergunning gekregen voor een dakterras, maar deze vergunning werd herroepen wegens strijd met het bestemmingsplan. Het geschil betrof de legalisering van het dakterras via de anticipatieprocedure.
De Raad van State oordeelde dat burgemeester en wethouders terecht het dakterras als een ondergeschikt bouwplan hadden aangemerkt en dat aan de voorwaarden voor de anticipatieprocedure was voldaan, waaronder de aanwezigheid van een voorbereidingsbesluit en een verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten.
De rechtbank had de beslissing op bezwaar vernietigd omdat de urgentie van het bouwplan onvoldoende was gemotiveerd. De Raad van State stelde echter dat slechts een geringe mate van urgentie vereist was, mede omdat het dakterras volgens het gemeentelijk beleid voor legalisering in aanmerking kwam en het belang bestond om de illegale situatie te beëindigen.
De bezwaren van de verzoeker over privacyvermindering werden door burgemeester en wethouders meegenomen, maar niet als onaanvaardbaar beoordeeld. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de verzoeker ongegrond. Tevens werd het griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het beroep van de verzoeker tegen de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van appellanten gegrond verklaard.