ECLI:NL:RVS:2002:AE0715
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.L. Berg
- I. Beurmanjer-de Lange
- Rechtspraak.nl
Deelwijziging en intrekking milieuvergunning met onjuiste vermelding in dictum
Bij het bestreden besluit heeft burgemeester en wethouders van Ede krachtens de Wet milieubeheer een intrekkingsbesluit genomen en een revisievergunning verleend aan een vergunninghouder voor een veehouderij. De intrekking betrof 150 vleesvarkens en 4.324 legkippen. Appellanten stelden dat het dictum onjuist vermeldde dat na intrekking nog 12.624 legkippen mochten worden gehouden, terwijl dit volgens verweerders 5.624 legkippen betrof.
De Raad van State oordeelde dat het besluit in zoverre in strijd was met het rechtsbeginsel van zorgvuldigheid en vernietigde het bestreden besluit voor dat gedeelte. Verder werd betwist of de cumulatieve stankhinder, mede door de aanwezigheid van nertsen, correct was beoordeeld. Verweerders hadden zich gebaseerd op een rapport van het Ministerie van VROM en geoordeeld dat de bijdrage van nertsen niet zodanig was dat de vergunning geweigerd moest worden.
De Raad van State vond dat verweerders zich in redelijkheid op dit standpunt konden stellen en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. Tevens werden verweerders veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan appellanten vergoed. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 27 maart 2002.
Uitkomst: Het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd vanwege een onjuiste vermelding in het dictum, het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard.