ECLI:NL:RVS:2002:AE0717
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.L. Berg
- I. Beurmanjer-de Lange
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen wijzigingsvergunning schapenhouderij wegens milieuzorgen ongegrond verklaard
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een wijzigingsvergunning verleend door burgemeester en wethouders van Woensdrecht voor het opslaan en voeren van schapen met bijproducten, waaronder uienschillen. De vergunning was gebaseerd op een eerdere oprichtingsvergunning uit 1996, waarbij 120 schapen mochten worden gehouden.
Appellant vreesde stankoverlast door de opslag van uienschillen op de voerplaat en betoogde dat de voorschriften onvoldoende duidelijk waren en niet exact de toegestane hoeveelheid bijproducten vermeldden. Tevens stelde appellant dat een kelder, bedoeld voor opvang van vocht, niet functioneerde, waardoor een voorschrift niet nageleefd kon worden.
De Raad van State oordeelde dat de voorschriften, waaronder beperkingen op de hoeveelheid bijproducten die binnen enkele dagen door de schapen moeten worden geconsumeerd, passend en redelijk waren. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning (circa 95 meter) en de mogelijkheid om schapen in weilanden te laten grazen, maakten onaanvaardbare geurhinder onwaarschijnlijk. Het ontbreken van een exacte hoeveelheid in kilo's werd gerechtvaardigd door fluctuaties in het aantal schapen en het feit dat schapen niet altijd van de voerplaat eten.
De klacht over de niet-functionerende kelder werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat dit geen betrekking had op de rechtmatigheid van de vergunning zelf. De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijzigingsvergunning voor de schapenhouderij is ongegrond verklaard.