ECLI:NL:RVS:2002:AE0979
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake administratief beroep tegen beoordeling doctoraalscriptie
Appellant betwistte de waardering van zijn doctoraalscriptie door een examinator en stelde administratief beroep in bij het College van beroep van de Universiteit Utrecht. Het College verklaarde het beroep ongegrond en de rechtbank bevestigde deze beslissing. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de toetsing door het College van beroep beperkt is tot de vraag of de beslissing in strijd is met het recht, en dat de bestuursrechter slechts marginaal toetst. Appellant voerde onder meer aan dat de procedurele behandeling en motivering onvoldoende waren, maar deze bezwaren werden verworpen omdat het College de gronden van appellant heeft betrokken en de motivering toereikend was.
Ook werd geoordeeld dat het achterwege laten van het mondeling tentamen niet in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht, mede omdat appellant hier zelf niet op had aangedrongen. De Raad van State bevestigde dat het College terecht het administratief beroep ongegrond heeft verklaard en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.