ECLI:NL:RVS:2002:AE0986
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Cleton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke goedkeuring bestemmingsplan Beetsterzwaag-Kom
De gemeenteraad van Opsterland stelde op 4 december 2000 het bestemmingsplan Beetsterzwaag-Kom vast, dat een conserverend karakter heeft en de bestaande ruimtelijke situatie zoveel mogelijk vastlegt. Verweerders keurden het plan gedeeltelijk goed bij besluit van 6 juli 2001. Appellant stelde beroep in tegen deze goedkeuring, stellende dat het plan zijn bebouwingsmogelijkheden onnodig beperkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het plan gericht is op beheer en behoud van de bestaande situatie, waarbij verruiming van bouwmogelijkheden in het landelijk gebied zoveel mogelijk wordt tegengegaan. De Afdeling achtte deze uitgangspunten niet onredelijk en vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het plan ten onrechte conserverend is.
Daarnaast werd vastgesteld dat de bebouwingsmogelijkheden voor het perceel van appellant ruimer zijn dan in het vorige bestemmingsplan, en dat verdere uitbreiding vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is. Ook het perceel tussen de bestaande woningen kreeg de bestemming Woondoeleinden klasse B zonder bouwvlak, wat passend is bij het overgangsgebied naar het buitengebied.
De Afdeling concludeerde dat verweerders de beoordelingsmarges niet hadden overschreden en het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke goedkeuring van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.