ECLI:NL:RVS:2002:AE0996
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor erker en bijgebouw ondanks bezwaar appellant
Appellanten maakten bezwaar tegen de bouwvergunning voor een erker en een bijgebouw aan een woning, verleend door burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht. De vergunning voldeed aan de geldende bestemmingsplanvoorschriften, waaronder de maximale oppervlakte en goothoogte van bijgebouwen. Appellanten betoogden dat de gemeente ten onrechte artikel 44 van Pro de Woningwet gebruikte om hun belangen niet mee te wegen en dat de muur van het bijgebouw als tuinmuur moest worden aangemerkt, wat nadere eisen zou rechtvaardigen.
De Raad van State oordeelde dat de nadere aanwijzingen in de BIH geen bindende normen zijn en dat burgemeester en wethouders niet bevoegd zijn om nadere eisen te stellen die een bouwmogelijkheid geheel zouden uitsluiten. De muur van het bijgebouw was niet als tuinmuur aangeduid op de plankaart, en de gemeente had terecht de bouwvergunning verleend omdat geen weigeringgronden uit artikel 44 Woningwet Pro aanwezig waren.
Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Dordrecht bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning bevestigd.