ECLI:NL:RVS:2002:AE1019
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Hoekstra
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen goedkeuring uitwerkingsplan Loosduinsekade 99
Burgemeester en wethouders van Den Haag stelden op 5 december 2000 het uitwerkingsplan Loosduinsekade 99 vast, dat de vestiging van een bedrijfspand mogelijk maakt binnen het bestemmingsplan "Transvaal". Appellante, Oliemaatschappij Scheveningen B.V., stelde beroep in tegen de goedkeuring van dit uitwerkingsplan door gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
Appellante voerde aan dat het besluit niet correct was bekendgemaakt, dat het uitwerkingsplan in strijd was met het moederplan, dat de bouwvoorschriften onrechtmatig waren en dat er geen inspraak had plaatsgevonden. De Raad van State oordeelde dat de bekendmaking via burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad rechtsgeldig was en dat de afwijkingen in het uitwerkingsplan binnen de grenzen van het moederplan vielen.
Verder werd geoordeeld dat de bouwhoogte, aantal bouwlagen en situering van de voorgevel niet onredelijk waren en dat de financiële uitvoerbaarheid en noodzaak van het plan niet onredelijk werden beoordeeld. Het bezwaar over inspraak werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het uitwerkingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het uitwerkingsplan Loosduinsekade 99 is ongegrond verklaard.