ECLI:NL:RVS:2002:AE1167
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- B. van Wagtendonk
- H.W. Groeneweg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter heeft het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het belang van verzoeker lag in het voorkomen van uitzetting tijdens de procedure. Echter, het was niet aannemelijk dat het hoger beroep zou leiden tot vernietiging van de uitspraak met een gunstig resultaat voor verzoeker, mede omdat verzoeker geen gronden had aangevoerd tegen het oordeel dat de aanvraag terecht was afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gedaan op 8 maart 2002.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen is afgewezen.