ECLI:NL:RVS:2002:AE1242
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.H. Donner
- J.R. Schaafsma
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening vleeskuikenbedrijf en milieuaspecten in Haaksbergen
Bij besluit van 26 juni 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Haaksbergen een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een vleeskuikenbedrijf met 58.000 plaatsen. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege bezwaren tegen het akoestisch rapport, de toepassing van de IPPC-richtlijn, de milieu-effectrapportageplicht, geluidhinder, stankbelasting, ammoniakdepositie en de aantasting van de landschappelijke waarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op de gehanteerde gegevens van het akoestisch rapport, omdat appellanten hierover geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. Nieuwe gronden die pas ter zitting werden aangevoerd, zoals de IPPC-richtlijn en onjuist opgegeven woonadres, werden niet-ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad beoordeelde inhoudelijk dat geen milieueffectrapportage verplicht was, omdat de drempelwaarden niet werden overschreden en geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De geluidgrenswaarden waren terecht gebaseerd op landelijke streefwaarden uit de circulaire Industrielawaai en de ontheffing voor nachtelijke activiteiten was redelijk. De indirecte geluidhinder door verkeer was adequaat beoordeeld. Ook de cumulatieve stankbelasting was volgens het beoordelingskader juist beoordeeld en leidde niet tot onaanvaardbare hinder.
Ten aanzien van ammoniakemissie was de vergunning in overeenstemming met de Interimwet ammoniak en veehouderij en het ammoniakreductieplan, waarbij de emissiefactor 0,015 kg per dierplaats per jaar terecht werd toegepast. De landschappelijke waarde werd primair aan planologische toetsing onderworpen, maar de milieuhygiënische toets gaf geen aanleiding tot weigering. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.