ECLI:NL:RVS:2002:AE1244
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Bekker
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar bouwvergunning
Appellant maakte bezwaar tegen een bouwvergunning die op 27 januari 1999 door burgemeester en wethouders van Enschede was verleend. De motivering van dit besluit werd op 11 februari 1999 aangevuld. Het bezwaar werd echter pas op 20 januari 2000 ingediend, ruim tien maanden na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar ongegrond. Appellant stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en dat procedurele bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waren geschonden, waaronder het recht op herstel van verzuim en het tijdig aanleveren van stukken door het bestuursorgaan.
De Raad van State oordeelde dat het bezwaar niet tijdig was ingediend en dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding was. Ook werd geoordeeld dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om zijn beroepsgronden aan te vullen en dat het bestuursorgaan tijdig de benodigde stukken had ingediend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.