ECLI:NL:RVS:2002:AE1252
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij toevoeging rechtsbijstand en weigering door raad voor rechtsbijstand
Appellanten verzochten om toevoeging van rechtsbijstand, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening en later door de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam werden afgewezen vanwege het gezamenlijk vermogen, met name de woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat de woning niet als vermogen mag worden meegeteld indien deze niet te gelde kan worden gemaakt zonder onredelijke lasten voor appellanten. Aangezien appellanten geen vrije beschikking hadden over de woning en geen liquide middelen bezaten, konden zij de woning niet inzetten ter bekostiging van rechtsbijstand.
De Raad van State vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover zij het beroep ongegrond verklaarden en draagt de raad voor rechtsbijstand op een nieuw besluit te nemen waarbij toevoeging wordt verleend onder voorwaarden. Tevens veroordeelt de Raad de raad voor rechtsbijstand tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt vernietigd en appellanten komen in aanmerking voor toevoeging van rechtsbijstand.