ECLI:NL:RVS:2002:AE1260
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verstrekking Nederlands reisdocument aan vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de Minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de weigering van een Nederlands reisdocument gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De rechtbank had haar oordeel mede gebaseerd op stukken uit een eerdere procedure die niet aan partijen waren toegezonden, hetgeen in strijd is met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de vreemdeling niet verplicht kon worden een paspoort aan te vragen bij de autoriteiten van het land van herkomst vanwege een verleende verblijfsvergunning op grond van een dreigende schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State stelt dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid is getreden door niet aan partijen toegezonden stukken te betrekken en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het van hem niet kan worden gevergd om zich tot de Oekraïense autoriteiten te wenden voor een paspoort. De vreemdeling hoeft niet naar het land van herkomst terug te keren en geniet bescherming van de Nederlandse rechtsorde.
Gelet op deze overwegingen verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een Nederlands reisdocument wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.