ECLI:NL:RVS:2002:AE1265
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.R. Schaafsma
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning pelsdierenhouderij wegens onvoldoende ammoniakdepositiereductie
Bij besluit van 27 maart 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert een revisievergunning voor een pelsdierenhouderij. Appellanten, waaronder milieu- en dierenwelzijnsorganisaties, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep van de milieuorganisaties ontvankelijk was, terwijl het beroep van de gemeente op een deel niet ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling stelde vast dat de afstand tussen de veehouderij en stankgevoelige objecten meer dan 100 meter bedroeg, zodat de vergunning niet geweigerd kon worden op grond van stankhinder. Wel oordeelde de Afdeling dat verweerders onvoldoende hadden aangetoond dat de ammoniakdepositie per saldo was afgenomen, zoals vereist op grond van de Interimwet ammoniak en veehouderij en het ammoniakreductieplan van de gemeente.
De Raad van State constateerde dat de gegevens over het nabijgelegen voor verzuring gevoelige bosgebied onjuist waren en dat verweerders niet hadden voldaan aan de zorgvuldigheidseis van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor was niet vast te stellen of de totale ammoniakdepositie daadwerkelijk was verminderd. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werden verweerders veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens strijd met de ammoniakwetgeving.