ECLI:NL:RVS:2002:AE1267
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- W. van den Brink
- B.J. van Et
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing voorkeursrecht op grond van Wet voorkeursrecht gemeenten
Appellant betwistte het besluit van de raad van de gemeente Nieuwegein om op grond van artikel 2 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) voorkeursrechten te vestigen op twee percelen grond. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde onder meer dat het opnieuw vestigen van het voorkeursrecht niet rechtsgeldig was en in strijd met de Wvg.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is voor het gedeelte van het perceel Vreeswijk waarvoor het voorkeursrecht was komen te vervallen. Voor het overige werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De Raad bevestigde dat de geldingsduur van het Regionaal Structuurplan niet beperkt is tot 2005 en dat het voorkeursrecht rechtsgeldig is verlengd.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat de aanwijzing in strijd zou zijn met artikel 8, vijfde lid, en artikel 9 van Pro de Wvg. Het eerdere voorkeursrecht was niet ter discussie gesteld en het nieuwe besluit was geldig, omdat de geldigheidsduur van de eerste aanwijzing nog niet was verstreken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond, waarbij het voorkeursrecht rechtsgeldig is bevestigd.