ECLI:NL:RVS:2002:AE1269
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning voor nertsenfokkerij en vleesveehouderij in Putten
Bij besluit van 17 januari 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Putten een revisievergunning aan een vergunninghouder voor het houden van zoogkoeien, vleesstieren, een paard, een pony en fokteven van nertsen op een perceel in Putten. Appellanten, waaronder een stichting en een vereniging, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat bij de beoordeling van ammoniakdepositie ten onrechte een bepaald gebied niet als voor verzuring gevoelig was aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat het dichtstbijgelegen voor verzuring gevoelige gebied terecht is vastgesteld op het gebied op 1.450 meter afstand (deelgebied 1). Het door appellanten genoemde gebied op circa 1.275 meter afstand (deelgebied 4) kan niet als aaneengesloten of als een voor verzuring gevoelig gebied worden aangemerkt vanwege de ligging en het karakter van het gebied, mede doordat het wordt doorkruist door een provinciale weg.
Daarnaast heeft de Afdeling geoordeeld dat de houtopstanden langs de Schuitenbeek/Waterweg en rond de Oldenallerallee niet als zelfstandige voor verzuring gevoelige gebieden kunnen worden beschouwd. Het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak ondersteunt deze conclusie. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning is ongegrond verklaard en het aangewezen voor verzuring gevoelige gebied is correct vastgesteld.