ECLI:NL:RVS:2002:AE1506
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving aanduiding politieke groepering VSP bij Tweede Kamerverkiezingen
Het geschil betreft het besluit van de hoofdstembureaus om de aanduiding 'VSP (Verenigde Senioren Partij)' boven de kandidatenlijsten van deze politieke groepering geldig te verklaren en te handhaven. Appellant maakte bezwaar tegen deze aanduiding omdat deze volgens hem ten onrechte was overgenomen van een reeds bestaande vereniging die niet aan de verkiezingen deelneemt, waardoor de suggestie zou ontstaan dat alle senioren worden vertegenwoordigd.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel I 4 van de Kieswet de hoofdstembureaus beslissen over het handhaven van de aanduiding. Artikel I 6, tweede lid, van de Kieswet geeft limitatieve gronden voor het schrappen van een aanduiding, welke in dit geval niet van toepassing waren. Er was geen sprake van het ontbreken van de vereiste verklaring of het plaatsen van de aanduiding boven meerdere lijsten.
Daarom oordeelde de Raad van State dat de aanduiding terecht was gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de aanduiding 'VSP (Verenigde Senioren Partij)' te handhaven is ongegrond verklaard.