ECLI:NL:RVS:2002:AE1564
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor asbestverwijderingsbedrijf met tijdelijke opslag in industrieterrein
Bij besluit van 10 november 2000 verleenden gedeputeerde staten van Noord-Brabant een vergunning aan een besloten vennootschap voor het oprichten en exploiteren van een asbestverwijderingsbedrijf op een industrieterrein met tijdelijke opslag van asbesthoudende producten.
Appellante stelde beroep in tegen de vergunning, met name gericht op de milieubeschermende voorschriften en de locatiekeuze. De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor de gronden betreffende de hoofdstukken over afvalwater en externe veiligheid, omdat appellante geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit op deze punten.
De Raad beoordeelde verder dat de vergunning terecht was verleend, omdat de voorschriften voldoende bescherming bieden tegen verspreiding van asbestdeeltjes. Nadere voorschriften zoals voorgesteld door appellante waren niet noodzakelijk, mede gezien de opslag op een niet-toegankelijk terrein en de strikte verpakkings- en opslagvoorschriften.
Ook het bezwaar tegen de locatie van het bedrijf in een dichtbebouwd gebied werd verworpen, omdat dit niet binnen het belang van milieubescherming valt zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. Het beroep werd daarom voor het overige ongegrond verklaard.
Ten slotte wees de Raad van State een proceskostenveroordeling af en bevestigde de vergunning met de bestaande voorschriften.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond, waardoor de vergunning in stand blijft.