ECLI:NL:RVS:2002:AE1568
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen milieubelastingvergunning met maximale opslaghoogte en bouwvoorschriften
De zaak betreft een beroep van een besloten vennootschap tegen een door gedeputeerde staten van Zeeland verleende vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het oprichten en exploiteren van een inrichting. De vergunning bevat voorschriften waaronder een maximale opslaghoogte van tien meter en de verplichting tot het bouwen van keerwanden en het aanhouden van een minimale afstand van zes meter tot gebouwen of erfafscheidingen.
Appellante betoogde dat de maximale opslaghoogte niet passend was vanwege bedrijfseconomische redenen en verwees naar een andere inrichting waar hogere opslag was toegestaan. Ook stelde zij dat keerwanden niet noodzakelijk zijn en dat de afstand tot gebouwen niet strikt vereist zou moeten zijn vanwege vrije toegang voor hulpdiensten.
De Raad van State oordeelde dat de vergelijking met de andere inrichting niet opgaat vanwege verschillen in aard van stoffen en terreinoppervlakte. De beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan werd bevestigd, waarbij de voorschriften in redelijkheid zijn vastgesteld met het oog op milieu- en veiligheidsbescherming. De verplichting tot keerwanden en afstand tot gebouwen is gerechtvaardigd vanwege brandveiligheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning is ongegrond verklaard en de voorschriften blijven ongewijzigd van kracht.