ECLI:NL:RVS:2002:AE1587
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- J.H.C.A. Muller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand bij bezwaar omzetbelasting
Appellant verzocht om toevoeging rechtsbijstand voor het indienen van een bezwaarschrift tegen naheffingen omzetbelasting. Het bureau rechtsbijstandvoorziening en de raad voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch wezen dit verzoek af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 12, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en artikel 8, aanhef en onder e, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt), geen toevoeging wordt verstrekt indien het bezwaar uitsluitend betrekking heeft op een geschil van feitelijke of rekenkundige aard. Appellant had onvoldoende concreet gemaakt dat het geschil met de Belastingdienst meer omvat dan een dergelijk feitelijk of rekenkundig geschil.
Ook de stelling van appellant dat hij slachtoffer was van oplichtingspraktijken bood geen voldoende grond om de afwijzing onterecht te achten. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het beroep ongegrond is. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 30 januari 2001 werd daarmee bekrachtigd door de Raad van State bij uitspraak van 17 april 2002.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om toevoeging rechtsbijstand voor het indienen van een bezwaarschrift tegen naheffingen omzetbelasting.