ECLI:NL:RVS:2002:AE1603
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- J.H.C.A. Muller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand bij bezwaar motorrijtuigenbelasting
Appellant verzocht om toevoeging van rechtsbijstand voor het indienen van een bezwaarschrift tegen naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting. De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt), omdat het bezwaar uitsluitend betrekking had op een geschil van feitelijke of rekenkundige aard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant onvoldoende had aangetoond dat het geschil meer omvat dan feitelijke of rekenkundige aspecten. Ook de bewering van appellant dat hij slachtoffer was van oplichtingspraktijken was onvoldoende concreet om de afwijzing onterecht te achten.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die het beroep ongegrond verklaarde en de uitspraak van de rechtbank bevestigde. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Raad van State benadrukte dat rechtsbijstand niet wordt verleend indien het belang redelijkerwijs door de verzoeker zelf kan worden behartigd, zeker bij geschillen die feitelijk of rekenkundig van aard zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd.