ECLI:NL:RVS:2002:AE1835
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen illegale uitbouw zonder bouwvergunning
Appellante kocht in 1999 een pand waarop een illegale uitbouw was geplaatst zonder de vereiste bouwvergunning. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Oud Zuid heeft handhavend opgetreden door afbraak van de uitbouw te gelasten. Appellante stelde dat sprake was van een bijzonder geval vanwege het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, maar deze verweren werden door de rechtbank en de Raad van State verworpen.
De uitbouw was in strijd met het bestemmingsplan en de Woningwet, en legalisatie was niet aan de orde. Het bestuursorgaan was bevoegd om handhavend op te treden en hoefde niet af te zien van handhaving omdat er geen concreet zicht was op legalisatie. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de ambtenaar slechts aangaf geen problemen te verwachten, wat geen toezegging tot niet-handhaving is.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de andere illegale bebouwing reeds bestond vóór het bestemmingsplan, terwijl hier nieuwbouw na het plan was geplaatst. Het handhavend optreden was niet onredelijk en voorkwam precedentvorming. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen de illegale uitbouw bevestigd.