ECLI:NL:RVS:2002:AE1849
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving illegaal woongebruik bedrijfspand te Alkmaar
Appellant verzocht burgemeester en wethouders van Alkmaar handhavend op te treden tegen het gebruik van een deel van zijn bedrijfspand als woonruimte, wat in strijd is met het bestemmingsplan “Oud Overdie”. Burgemeester en wethouders wezen dit verzoek af en verklaarden het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat alleen in bijzondere gevallen van handhavend optreden kan worden afgezien, zoals bij concreet zicht op legalisering of gerechtvaardigd vertrouwen bij de gebruiker dat handhaving niet zal plaatsvinden. Geen van deze bijzondere gevallen was hier aan de orde. Burgemeester en wethouders hadden geen stappen ondernomen om legalisering mogelijk te maken en hadden ook geen vertrouwen gewekt bij de gebruiker. Het stilzitten werd niet gezien als gedogen.
De omstandigheid dat appellant een huurovereenkomst met de bewoner had gesloten, deed niet af aan zijn belangen als eigenaar en ondernemer. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van burgemeester en wethouders, verklaarde het beroep gegrond en droeg op tot een nieuwe beslissing. Tevens werden burgemeester en wethouders veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van burgemeester en wethouders wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.