ECLI:NL:RVS:2002:AE2030
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling goedkeuring patronaat en concurrentiebeding stagiaire door raad van toezicht
Appellant verzocht goedkeuring van het patronaat over een stagiaire, maar de raad van toezicht onthield deze goedkeuring vanwege een concurrentiebeding dat volgens het beleid een te ruime werking had en onvoldoende aannemelijk werd gemaakt dat zonder het beding ernstige belemmering in de praktijk zou ontstaan.
De algemene raad verklaarde het administratief beroep van appellant ongegrond, en ook de rechtbank bevestigde dit oordeel. Appellant stelde dat toetsing slechts aan de Advocatenwet en Stageverordening moest plaatsvinden, maar de Raad van State oordeelde dat de raad van toezicht op grond van artikel 9c Advocatenwet en artikel 4 Stageverordening Pro bevoegd is het concurrentiebeding te toetsen en beleidsregels te stellen.
Verder verwierp de Raad het betoog dat met deze toetsing artikel 29 Advocatenwet Pro werd omzeild, omdat het beleid geen verordening is maar een beleidsregel binnen de bevoegdheid van de raad van toezicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.