ECLI:NL:RVS:2002:AE2053
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beperking verblijftijd honden wegens geluidhinder in Oirschot
Appellant hield vijf honden op een perceel in Oirschot, wat geluidhinder veroorzaakte voor omwonenden. Burgemeester en wethouders legden een last onder dwangsom op om de verblijftijd van de honden buiten te beperken. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat burgemeester en wethouders terecht de meetmethoden en normen uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 hanteerden om geluidhinder vast te stellen. De overschrijding van het achtergrondgeluidsniveau met 10 dB(A) of meer werd als geluidhinder beschouwd.
De opgelegde beperkingen aan de verblijftijd van de honden in de buitenren werden als een redelijke belangenafweging gezien, mede gelet op het welzijn van de honden volgens het Honden- en kattenbesluit 1999. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beperking van de verblijftijd van de honden wordt bevestigd.