ECLI:NL:RVS:2002:AE2060
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Vergunning geweigerd voor paardenfokkerij vanwege stankhinder en milieubescherming
Appellanten vroegen een vergunning aan voor het oprichten en exploiteren van een paardenfokkerij annex loon- en aannemersbedrijf. Verweerders, burgemeester en wethouders van Vlist, weigerden deze vergunning op grond van mogelijke stankhinder en milieubelasting. De aanvraag werd beoordeeld aan de hand van de Wet milieubeheer en de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning terecht werd geweigerd omdat de inrichting niet voldeed aan de minimale afstandseisen tot stankgevoelige objecten, waardoor nadelige milieugevolgen niet voldoende konden worden voorkomen. Appellanten voerden aan dat zij een bestaand recht hadden op het houden van paarden, maar dit werd niet aannemelijk geacht omdat er geen milieuvergunning voor bestond en de feitelijke situatie onvoldoende was onderbouwd.
Daarnaast stelde appellanten dat sprake was van onbehoorlijk bestuur en schending van het vertrouwensbeginsel, maar ook dit werd verworpen omdat de weigering van de vergunning op goede gronden was gebaseerd. De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de milieuvergunning voor de paardenfokkerij wordt ongegrond verklaard.