ECLI:NL:RVS:2002:AE2084
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- T.M.A. Claessens
- J.E.M. Polak
- L.E.M. Wilbers-Taselaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vrijstelling dienstwoning op bedrijventerrein Enschede
Appellant exploiteert een kartbedrijf op het bedrijventerrein Binnenhaven te Enschede en verzocht om vrijstelling voor het in stand houden van een woning in een gedeelte van de bedrijfsruimte. Burgemeester en wethouders weigerden deze vrijstelling op grond van het bestemmingsplan en het gemeentelijk beleid inzake dienstwoningen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de weigering niet kan worden gerechtvaardigd op de door burgemeester en wethouders aangevoerde gronden. De milieubezwaren zijn niet aannemelijk gemaakt, mede omdat het betreffende pand is afgebrand en er geen belemmeringen voor omliggende bedrijven zijn vastgesteld. Ook is de stelling dat telecommunicatie en mobiliteit de noodzaak van een dienstwoning uitsluiten niet houdbaar, temeer daar recentelijk nog vrijstellingen zijn verleend in het gebied.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van burgemeester en wethouders, verklaart het beroep gegrond en draagt op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit en draagt op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de vrijstelling voor de dienstwoning wordt heroverwogen.