ECLI:NL:RVS:2002:AE2085
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan Tubbergen
Verzoeker diende een verzoek in bij de gemeente Tubbergen om vergoeding van planschade als gevolg van een wijziging in het bestemmingsplan, waarbij de bestemming van nabijgelegen grond werd gewijzigd van agrarisch gebied met landschappelijke waarden naar agrarisch bouwblok. De gemeente wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit bij bezwaar.
De rechtbank Almelo oordeelde dat sprake was van een verslechtering van het planologisch regime die voor verzoeker onvoorzienbaar was, waardoor hij recht had op schadevergoeding. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde echter vast dat de wijzigingsbevoegdheid in het onherroepelijke bestemmingsplan van 1985 voldoende bepaalbaar was en dat verzoeker rekening had moeten houden met de mogelijkheid van realisatie van een agrarisch bouwblok nabij zijn woning. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 1 mei 2002.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de gemeente Tubbergen tot afwijzing van planschadevergoeding blijft in stand.