ECLI:NL:RVS:2002:AE2087
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid burgemeester tot tijdelijke sluiting partycentrum na schietincident
De burgemeester van Rotterdam sloot op 19 juni 2000 het partycentrum van de exploitanten voor drie maanden vanwege een ernstig schietincident op 12 juni 2000, mede gezien een eerder incident in 1998. De exploitanten maakten bezwaar tegen deze sluiting, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitanten gegrond en oordeelde dat de sluiting zonder uitzondering voor geplande huwelijksfeesten niet aan de marginale toets voldeed.
De burgemeester ging in hoger beroep bij de Raad van State, die oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot tijdelijke sluiting op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat de ernst van de incidenten en de noodzaak tot onmiddellijke ordematregelen een volledige sluiting rechtvaardigen, ook zonder uitzonderingen voor geplande evenementen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de exploitanten ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd de sluiting van het partycentrum voor drie maanden bevestigd als een proportionele en rechtmatige maatregel ter bescherming van de openbare orde en het leefklimaat.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bevoegdheid van de burgemeester en verklaart het beroep van de exploitanten ongegrond.