ECLI:NL:RVS:2002:AE2321
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens manifest bedrog
Appellant is in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van vermoedens van manifest bedrog bij zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond. Appellant stelde onder meer dat het psychologisch rapport onvoldoende is betrokken en dat er geen sprake was van manifest bedrog omdat hij 15 jaar oud zou zijn en geen cautie had gekregen.
De Raad van State oordeelt dat het psychologisch rapport geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank en dat appellant voor aanvang van het eerste gehoor was gewezen op het belang van waarheid. Er is geen verplichting tot opschorting van het eerste gehoor totdat rechtsbijstand is verleend. De grief dat sprake zou zijn van onjuiste toepassing van het begrip manifest bedrog faalt.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de vreemdelingenbewaring van appellant gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de vreemdelingenbewaring gehandhaafd blijft.