ECLI:NL:RVS:2002:AE2396
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging subsidiebesluit vanwege onredelijke belangenafweging
De zaak betreft een hoger beroep van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het besluit tot weigering van subsidie aan verzoeker vernietigde. Verzoeker had een subsidie aangevraagd op grond van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, maar was al begonnen met de uitvoering van het investeringsproject voordat de subsidieaanvraag schriftelijk was bevestigd.
De minister had de subsidie geweigerd omdat de uitvoering van het project was gestart vóór de schriftelijke bevestiging van de aanvraag, wat volgens de regeling niet is toegestaan. De rechtbank oordeelde echter dat de nadelige gevolgen voor verzoeker onevenredig waren in verhouding tot het doel van het besluit, mede vanwege de korte termijn tussen de openstelling van de regeling en de wettelijke verplichting tot het treffen van voorzieningen.
De Raad van State bevestigt dit oordeel. De minister had erkend dat de regeling pas laat was opengesteld terwijl de wettelijke verplichting al per 1 december 1998 gold. Verzoeker had daarom onder bijzondere omstandigheden al op 27 juli 1998 opdracht gegeven voor de voorzieningen, zonder te weten wanneer de regeling zou worden opengesteld. Hierdoor was het onredelijk om de subsidie lager vast te stellen.
De Raad van State veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.