ECLI:NL:RVS:2002:AE2410
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.M.S. Leyten-de Wijkerslooth
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding uit Fonds Luchtverontreiniging voor zandverstuivingen
Appellant, een tuinbouwondernemer, verzocht om schadevergoeding uit het Fonds Luchtverontreiniging voor schade aan gewassen door zandverstuivingen in 1993 en 1997. Deze verzoeken werden door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer afgewezen, omdat de schade niet het gevolg was van luchtverontreiniging in de zin van de Wet milieubeheer, maar van natuurlijke verschijnselen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het zand in de lucht wel als verontreinigende stof kan worden aangemerkt, maar dat het Fonds Luchtverontreiniging bedoeld is voor schade veroorzaakt door menselijke activiteiten, zoals industrie of verkeer, en niet voor schade door natuurlijke oorzaken zoals zandverstuivingen door wind.
De Raad stelt dat de beleidsvrijheid van de Minister toereikend is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het uitgangspunt van afwijzing onredelijk maken. Ook de indirecte schade door civiele procedurekosten komt niet voor vergoeding in aanmerking. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van schadevergoeding uit het Fonds Luchtverontreiniging voor zandverstuivingen wordt ongegrond verklaard.