ECLI:NL:RVS:2002:AE2528
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie wees op 24 januari 2002 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en vernietigde het besluit, met behoud van de rechtsgevolgen. Appellant stelde namens de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State, maar overlegde geen bewijs van zijn volmacht.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 70 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een bijzondere gemachtigde een schriftelijke volmacht moet overleggen om het hoger beroep in behandeling te laten nemen. Ondanks een termijn om deze volmacht alsnog aan te tonen, bleef appellant in gebreke. Het enkele feit dat de voorzieningenrechter hem als gemachtigde had aangemerkt en zijn eigen verklaring van gevolmachtigd zijn, was onvoldoende.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 april 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke volmacht.