ECLI:NL:RVS:2002:AE2544
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat terugkeer naar noorden Somalië geen bijzondere hardheid oplevert voor vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de omstandigheden van de vreemdeling als klemmende humanitaire redenen had aangemerkt. Volgens de Raad kunnen individuele omstandigheden niet leiden tot categoriale bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De algemene situatie in het land van herkomst, hier het noorden van Somalië, staat centraal.
De Raad bevestigde dat terugkeer naar het noorden van Somalië geen bijzondere hardheid oplevert gezien de algemene situatie aldaar. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.