ECLI:NL:RVS:2002:AE2546
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand
Appellant heeft een verzoek om toevoeging voor rechtsbijstand ingediend bij de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam, dat bij besluit van 16 november 1999 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld, dat op 10 juli 2000 door de raad ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de arrondissementsrechtbank te Amsterdam het beroep van appellant niet-ontvankelijk op 24 oktober 2001.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de behandeling op 2 mei 2002 werd vastgesteld dat appellant alleen beroepsgronden aanvoerde over aspecten waarover de rechtbank zich niet had uitgesproken en geen verweer voerde tegen de niet-ontvankelijkverklaring zelf.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek om toevoeging en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.