ECLI:NL:RVS:2002:AE2557
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering legalisatie geboorteregister en verklaring ongehuwd-zijn
Appellante verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om legalisatie van een geboorteregister en een verklaring van ongehuwd-zijn, welke geweigerd werd. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de arrondissementsrechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep waarbij appellante stelde dat haar ten onrechte de toegang tot bepaalde stukken, met name die met betrekking tot het verificatieonderzoek en verklaringen van familieleden, was onthouden. Zij voerde aan dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad van State oordeelde dat appellante in de bezwaarprocedure voldoende op de hoogte was gesteld van de onderzoeksresultaten en gelegenheid had haar zienswijze te geven. De beperking van kennisneming was gerechtvaardigd en de procespositie van appellante was niet wezenlijk geschaad. De rechtbank had artikel 6 EVRM Pro correct toegepast en het beroep werd ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van legalisatie bevestigd.