ECLI:NL:RVS:2002:AE2558
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen niet tijdig besluit legalisatie akten
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft het bezwaar van verzoekers tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op hun verzoek om legalisatie van een geboorteakte en een huwelijksakte deels gegrond verklaard. Verzoekers stelden vervolgens beroep in bij de arrondissementsrechtbank Rotterdam, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde en de Staat veroordeelde tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De Minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze beslissing, stellende dat de rechtbank ten onrechte de Staat tot kostenveroordeling had veroordeeld op basis van een onjuiste veronderstelling dat de Staat het beroep geheel was tegemoetgekomen. De Raad van State oordeelde dat deze veronderstelling niet uit de uitspraak bleek en dat de rechtbank terecht tot kostenveroordeling was gekomen gezien het karakter van de zaak.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten die verzoekers in hoger beroep hadden gemaakt, terwijl het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de situatie van artikel 8:73 Awb Pro niet was gegeven.
Uitkomst: Hoger beroep van Minister wordt ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd met kostenveroordeling.