ECLI:NL:RVS:2002:AE2580
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning geitenhouderij wegens onvoldoende milieubescherming en stankhinder
Bij besluit van 21 augustus 2001 verleende burgemeester en wethouders van Hof van Twente een revisievergunning voor een geitenhouderij op een perceel te Hof van Twente. Appellanten, waaronder de vereniging Milieudefensie, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep deels ontvankelijk was, met name inzake geluid- en stankhinder.
De Afdeling overwoog dat de vergunning slechts kan worden geweigerd indien nadelige milieugevolgen niet voldoende kunnen worden voorkomen of beperkt. Verweerders stelden dat aan de geluidvoorschriften kon worden voldaan, wat de Afdeling aannemelijk achtte. Echter, ten aanzien van stankhinder bleek dat de woning van appellant sub 3 onterecht buiten beschouwing was gelaten bij de beoordeling, terwijl deze woning als burgerwoning in omgevingscategorie III valt en te dicht bij de inrichting ligt.
De Afdeling concludeerde dat de afstand tussen emissiepunt en woning niet voldeed aan de minimale afstand volgens de Richtlijn veehouderij en stankhinder, en dat verweerders onvoldoende hadden gemotiveerd waarom aanscherping van voorschriften of weigering van de vergunning niet aan de orde was. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van appellanten toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende milieubescherming en onjuiste beoordeling van stankhinder.