ECLI:NL:RVS:2002:AE2597
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling in hoger beroep vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank te ’s-Gravenhage waarin het beroep van een vreemdeling tegen zijn vreemdelingenbewaring gegrond werd verklaard. De Staatssecretaris stelde zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte een volledige wegingsfactor van 1 had toegepast bij de vaststelling van de proceskosten, terwijl bewaringszaken volgens hem als licht moesten worden aangemerkt en daarom een wegingsfactor van 0,5 zou moeten gelden.
De Raad van State overweegt dat het belang in bewaringszaken doorgaans groot is, waardoor de rechtbank terecht de wegingsfactor 1 heeft toegepast. Er zijn geen aanwijzingen dat de zaak uitzonderlijk licht was, zodat de grief van de Staatssecretaris faalt. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van € 322,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De betaling dient te geschieden aan de Secretaris van de Raad van State. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 april 2002.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de proceskostenveroordeling van de Staatssecretaris tot betaling van € 322,00.