ECLI:NL:RVS:2002:AE2782
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake planschadevergoeding tuincentrum Landgraaf
Appellant verzocht de raad van Landgraaf om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning door uitbreiding van een nabijgelegen tuincentrum met drie vrijstellingen volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De raad kende een schadevergoeding toe, maar appellant was het niet eens met de hoogte en de wijze van planologische vergelijking. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar, waarbij de raad werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank en voerde aan dat de planologische vergelijking onjuist was uitgevoerd, met name vanwege de minimale oppervlakte-eis van 5 hectare die volgens hem niet haalbaar was. Tevens betwistte hij het oordeel dat alleen het derde vrijstellingsbesluit planologisch nadeel veroorzaakte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de interpretatie van appellant omtrent de oppervlakte-eis onjuist was en dat de StAB-advies zorgvuldig was. Wel werd geoordeeld dat het planologisch nadeel door het tweede vrijstellingsbesluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de raad dit opnieuw moet beoordelen. Daarom vernietigde de Afdeling het deel van de uitspraak waarin de raad werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en droeg de raad op dit besluit te heroverwegen met inachtneming van de bevindingen.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak waarin de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en draagt de raad op dit besluit te heroverwegen met betrekking tot het planologisch nadeel door twee vrijstellingsbesluiten.