ECLI:NL:RVS:2002:AE2784
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- W. van den Brink
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Ongegronde hoger beroep tegen weigering ligplaatsvergunning voor woonschip in gemeentehaven
Appellanten, burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam, weigerden een ligplaatsvergunning voor een woonschip in de gemeentehaven en verklaarden het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het beleid om zonder uitzondering vergunningen voor woonschepen te weigeren in strijd is met artikel 14 van Pro de Havenverordening, dat de bevoegdheid tot vergunningverlening aan hen geeft.
In hoger beroep stelden appellanten dat de weigering afhankelijk is van de omstandigheden en dat elders in de gemeente ligplaatsen voor woonschepen mogelijk zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt echter dat het beleid feitelijk inhoudt dat permanente ligplaatsen voor woonschepen in de haven nimmer worden toegestaan, wat strijdig is met artikel 14.
De Afdeling oordeelt dat de Havenverordening alleen betrekking heeft op ligplaatsen in de haven en niet op andere plaatsen in de gemeente, zodat het bestaan van ligplaatsen elders geen rechtvaardiging biedt voor het geweigerde beleid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in naam der Koningin op 22 mei 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van een ligplaatsvergunning voor een woonschip in de gemeentehaven wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.