ECLI:NL:RVS:2002:AE2794
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel schrapping coffeeshop na verkoop softdrugs aan minderjarige
Appellante exploiteerde de coffeeshop 'Reefer' in Amsterdam en kreeg op 3 april 2001 van de burgemeester een maatregel opgelegd waarbij haar inrichting voor een week van de lijst van gedoogde softdrugsverkoop werd geschrapt, met intrekking van de exploitatievergunning. Deze maatregel volgde op de constatering dat er softdrugs waren verkocht aan een minderjarige.
Appellante maakte bezwaar tegen deze maatregel, dat door de burgemeester werd afgewezen. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde appellante hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er voldoende bewijs was voor de verkoop van softdrugs aan een minderjarige. Appellante stelde dat het bewijs onvoldoende was en dat de verklaring van de minderjarige getuige H. onjuist was. De Raad van State oordeelde dat het bewijs niet alleen rustte op de verklaring van H., maar ook op waarnemingen van verbalisanten die deze verklaring bevestigden. Gezien deze samenhang en het strenge bewijsvereiste onder artikel 6 EVRM Pro was het bewijs voldoende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de maatregel van schrapping van de coffeeshop blijft gehandhaafd.