ECLI:NL:RVS:2002:AE2801
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking vervangingsvergunning woonboot
Appellante maakte bezwaar tegen een door het dagelijks bestuur verleende vergunning voor het vervangen van een woonboot, maar diende dit bezwaar te laat in. De rechtbank had het bezwaar ontvankelijk verklaard en de intrekking van de vergunning vernietigd. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het bezwaar buiten de wettelijke termijn van zes weken is ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar ontvankelijk heeft verklaard en vernietigt het besluit van de rechtbank voor zover deze niet zelf in de zaak heeft voorzien. Het bezwaar wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Verder wordt het oordeel van de rechtbank dat het dagelijks bestuur terecht bestuursdwang heeft geweigerd, onderschreven op andere gronden.
De Afdeling bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het eerdere besluit tot intrekking van de vergunning en veroordeelt het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante. Het hoger beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard en de rest van de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de vervangingsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep gegrond verklaard met bevestiging van de rest van de uitspraak.