ECLI:NL:RVS:2002:AE2805
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- C.A. Terwee-van Hilten
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bouwvergunningaanvragen wegens onvolledigheid
Appellanten dienden op 17 april 2000 drie aanvragen in voor bouwvergunningen voor tuinbouwkassen met bedrijfsruimten. Burgemeester en wethouders van Oirschot stelden de aanvragen niet in behandeling omdat essentiële gegevens ontbraken, waaronder energieprestatie-coëfficiënt-berekeningen (EPC) en een bodemrapport volgens NEN 5740. Appellanten kregen twee weken de tijd om de ontbrekende stukken aan te vullen, maar voldeden hier niet volledig aan binnen deze termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling oordeelde dat burgemeester en wethouders bevoegd waren de aanvragen niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 Awb Pro en artikel 47 Woningwet Pro, waarbij de wettelijke termijn van twee weken strikt geldt. Er was geen sprake van toezeggingen tot verlenging of van onzorgvuldig handelen door het bestuursorgaan.
Verder werd het beroep op gefaseerde vergunningverlening verworpen omdat de ontbrekende gegevens niet onder de mogelijkheid van gefaseerde indiening vielen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat burgemeester en wethouders terecht de bouwvergunningaanvragen niet in behandeling hebben genomen wegens onvolledigheid.