ECLI:NL:RVS:2002:AE2806
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning en handhaving illegale woning buiten bestemmingsplan
Appellant bouwde een woning op een perceel met de bestemming 'Agrarische doeleinden A', terwijl dit volgens het bestemmingsplan niet was toegestaan. Burgemeester en wethouders van Zaanstad verleenden aanvankelijk een bouwvergunning voor een berging, maar appellant bouwde een woning in afwijking daarvan. De gemeente legde een last op om de woning af te breken of aan te passen aan de vergunning en weigerde later een bouwvergunning voor de woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat burgemeester en wethouders terecht handhavend hebben opgetreden en dat legalisatie niet mogelijk is omdat appellant geen agrarisch bedrijf voert en het gebouwde in strijd is met het bestemmingsplan en het gemeentelijk en provinciaal beleid.
Verder zijn er geen bijzondere omstandigheden die afzien van handhaving rechtvaardigen. Het beroep op gelijkheidsbeginsel faalt omdat de genoemde vergelijkbare gevallen niet relevant zijn en zich na het bezwaarproces hebben voorgedaan. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; weigering bouwvergunning en handhaving bevestigd.