ECLI:NL:RVS:2002:AE2812
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- K. Brink
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek veehouderij
Appellant had een verzoek ingediend tot het treffen van bestuurlijke handhavingsmaatregelen tegen een veehouderij, omdat hij meende dat de melding van de inrichting onrechtmatig was beoordeeld en dat de vergunning deels was vervallen. Verweerders hadden het verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de melding dateerde van mei 1998 of mei 1999, waarbij appellant stelde dat de beoordeling aan de regels van 1998 moest plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de melding niet compleet was zonder een situatietekening, die pas in mei 1999 was ingediend. Daarom moest de melding worden beoordeeld naar de wetgeving van 1999. Verweerders hadden terecht geoordeeld dat de inrichting niet zonder geldige vergunning in werking was, omdat de melding rechtsgeldig was en de vergunning uit 1994 niet was vervallen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigde dat zij niet bevoegd was tot handhaving, aangezien de vergunning en melding rechtsgeldig waren.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard.