ECLI:NL:RVS:2002:AE2824
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.R. Schaafsma
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom en begunstigingstermijnen bij milieu-inrichting
Verweerders, gedeputeerde staten van Noord-Brabant, legden aan appellante een last onder dwangsom op wegens overtreding van milieuvoorschriften verbonden aan een revisievergunning voor haar inrichting voor opslag en bewerking van autowrakken. Appellante stelde dat de wettelijke grondslag voor het bodemonderzoek niet duidelijk was vermeld en dat de begunstigingstermijnen te kort waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wettelijke basis voor de last onder dwangsom voldoende duidelijk was, ondanks dat dit niet expliciet in het besluit stond. Verder was niet in geschil dat de inrichting niet overeenkomstig de vergunning functioneerde, waardoor het opleggen van de last onder dwangsom terecht was.
Appellante voerde aan dat zij bezig was met het beëindigen van de overtredingen en dat de termijnen te kort waren, maar zij kon dit niet aannemelijk maken. De Afdeling achtte de begunstigingstermijnen onder de gegeven omstandigheden redelijk en ook de hoogte van de dwangsommen in verhouding tot het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging was gerechtvaardigd.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee werd het besluit van gedeputeerde staten gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van lasten onder dwangsom is ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.