ECLI:NL:RVS:2002:AE2833
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor windturbine op industrieterrein Leeuwarden niet onrechtmatig
Bij besluit van 22 mei 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Leeuwarden een vergunning aan een besloten vennootschap voor de uitbreiding van een inrichting met een windturbine op een gezoneerd industrieterrein. Appellanten, omwonenden, stelden dat de windturbine visuele hinder en slagschaduwhinder zou veroorzaken.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de beoordeling van visuele hinder primair onder de planologische regelingen valt en dat de milieuhygiënische toets geen aanleiding gaf tot weigering. De knipperlichtfrequentie van de turbine lag onder de grens waarbij negatieve effecten optreden. De afstand tot woningen en aanwezigheid van bebouwing maakten onaanvaardbare slagschaduwhinder onwaarschijnlijk. Bovendien bevatte de vergunning een voorschrift om de turbine stil te zetten bij hinder.
De Afdeling concludeerde dat verweerders hun beoordelingsvrijheid redelijk hadden uitgeoefend en dat de vergunning terecht was verleend. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor de windturbine worden ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.