ECLI:NL:RVS:2002:AE2835
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving illegale sleufsilo’s op agrarisch perceel
Appellanten hebben in hoger beroep betoogd dat de sleufsilo’s op hun agrarisch perceel niet als bouwwerken kunnen worden aangemerkt, omdat de constructie uit losse betonnen wanden bestaat. De Raad van State oordeelt dat het functionele geheel wel degelijk als bouwwerk moet worden beschouwd en dat de sleufsilo’s bouwvergunningplichtig zijn.
Burgemeester en wethouders hadden op grond van het bestemmingsplan en de Woningwet bevoegdheid om handhavend op te treden tegen de zonder vergunning opgerichte sleufsilo’s. De rechtbank had terecht geoordeeld dat alleen in bijzondere gevallen, zoals concreet zicht op legalisatie, van handhaving kan worden afgezien. Appellanten konden niet aantonen dat bouwvergunning verleend zou kunnen worden, mede gelet op de planvoorschriften die de aard en omvang van toegestane bebouwing beperken.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda, die het handhavingsbesluit vernietigde voor zover het de sleufsilo’s betreft en burgemeester en wethouders opdroeg een nieuw besluit te nemen, is bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.