ECLI:NL:RVS:2002:AE2839
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeputeerde staten over saneringsplan bodemverontreiniging wegens onjuiste motivering financiële locatiespecifieke omstandigheden
Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant waarin ernstige bodemverontreiniging werd vastgesteld en instemming met een saneringsplan werd verleend zonder urgentie tot sanering.
Zij voerden aan dat het besluit onrechtmatig was omdat het definitieve besluit werd genomen vóór het verstrijken van de termijn voor het indienen van zienswijzen, het tweede bodemonderzoek te beperkt was en de keuze voor de IBC+-variant onterecht was vanwege onvoldoende financiële locatiespecifieke omstandigheden.
De Afdeling oordeelde dat appellanten niet in hun belangen waren geschaad door de verkorte termijn voor zienswijzen, het tweede bodemonderzoek adequaat was en dat de keuze voor de IBC+-variant niet gerechtvaardigd was omdat het kostenverschil tussen de multifunctionele sanering en de IBC+-variant onvoldoende was om te spreken van financiële locatiespecifieke omstandigheden.
Daarom werd het besluit vernietigd en werd de provincie Noord-Brabant veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant over het saneringsplan wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de keuze voor de IBC+-variant.