ECLI:NL:RVS:2002:AE2840
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- J.J. Vis
- A. Kosto
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffing voor het onder zich hebben van vuursalamanders als beschermde diersoort
Appellant verzocht om ontheffing op grond van artikel 25 van Pro de Natuurbeschermingswet voor het onder zich hebben van vuursalamanders. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde de bezwaren ongegrond. Appellant stelde dat de betreffende (onder)soorten vuursalamanders niet als in Nederland in het wild voorkomende diersoorten konden worden aangemerkt, omdat zij afkomstig waren uit het westelijke Mediterrane gebied en uit buitenlandse collecties.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vuursalamander wel degelijk een in Nederland in het wild voorkomende diersoort is en dat artikel 22 van Pro de Natuurbeschermingswet ook de aanwijzing van (onder)soorten mogelijk maakt die niet in Nederland in het wild voorkomen. Verder is het niet relevant dat deze soorten niet in de Habitatrichtlijn zijn genoemd. Het verbod op het onder zich hebben van deze dieren is gerechtvaardigd vanwege de bescherming van de diersoort, ondanks mogelijke belemmeringen voor het vrije handelsverkeer.
De Afdeling concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd is met enige geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ontheffing voor het onder zich hebben van vuursalamanders is ongegrond verklaard.